Toen we naar de Franse Écrins vertrokken, besloten we om enkel korte routes te lopen van maximaal 10 kilometer. Ik had kort voor deze vakantie door een andere tocht een voetplaatonsteking opgelopen. Mijn voeten (en knieën) zijn altijd al een zwak punt geweest met chronische pijn en ontstekingen, maar rond die tijd was het op een dieptepunt. Ik wilde toch de bergen in, ik was er al zo lang niet geweest en de heimwee was groot.

Het nationale park de Écrins in Frankrijk bleek bij uitstek geschikt voor korte tochten. Zelfs binnen 10 kilometer kom je op de meest fantastische plekken. Van gletsjers tot ijsblauwe meren en allemaal met uitzicht op torenhoge bergen. Ik heb geen moment het idee gehad dat we iets hebben gemist van de prachtige natuur, ook al konden we er niet diep induiken. Dus als je een beginnende wandelaar bent, een rustiger tochtje wilt doen of net zoals ik met blessures tackelt, lees vooral verder!

1. De Refuge du glacier blanc, het mooiste uitzicht van de Écrins

Afstand: 4,51 km heen (je overnacht in de hut), anders 9 km heen en terug
Tijd: Ongeveer 3 uur
Moeilijkheid: Bovengemiddeld

Als je maar 1 dag hebt om te lopen in de Écrins, dan is dit dé tocht die je gedaan moet hebben. Het is een steile klim en het pad kan soms smal zijn, maar het uitzicht gedurende de gehele wandeling is het absoluut waard.

De Mont Pelvoux kijkt de gehele tocht op je neer

De wandeling begint in een brede vallei, waar je bij de refuge Cézanne kan parkeren. Na nog geen 300 meter verandert het lieflijke naaldbos in een desolate vlakte. De grote rotsblokken en gruis zijn overblijfselen uit een tijd waar de Glacier Noir nog wel diep het dal in reikte. Meanderende stromen vervoeren het smeltwater van de gletsjer naar beneden. Het is een mooi gezicht, zowel op de brug als wanneer we op grotere hoogte naar de vallei terugkijken.

We klimmen vrijwel direct omhoog en hoewel het pad niet lang is, is het wel steil. Het uitzicht verandert om de haarspeldbocht en langzaam verschijnt de indrukwekkende top van de Mont Pelvoux achter ons. De gehele tocht loop je in de schaduwen van deze reus. Zigzaggend banen we ons een weg naar boven. Een tweede vallei, dit keer uitgesleten door de Glacier Blanc, dient zich aan en even is het pad vlak en vriendelijk. De gletsjer is na de eerste lange klim te zien en dient als een vriendelijke reminder aan waar we heen moeten.

Het laatste deel van de tocht is echter het pittigst. Trefzekere voeten en een minimale hoeveelheid hoogtevrees zijn wel een vereiste op het smalle pad dat soms bijna recht omhoog lijkt te gaan. De staalkabels zijn een welkome hulp op het steile graniet en helpen je veilig boven te komen.

De hut met op de achtergrond de gletsjer le Glacier Blanc.

We kunnen vanaf hier de echte refuge al zien, die een poging doet om in het landschap te verdwijnen met zijn grote, grijze stenen. Na een laatste, korte klim draperen we ons op het terras. De hut is prachtig gelegen. Van achter ons kijkt de mont Pelvoux nog steeds op ons neer. En voor zien we de machtige gletsjerwand het landschap innemen. We hadden al besloten om hier te blijven overnachten, en de zonsondergang en sterrenhemel maakte dat meer dan waard.

De mont Pelvoux vangt het laatste berglicht

De route

2. Het ijsblauwe lac de l’Orceyrette

Afstand: 6,84 km heen en terug
Tijd: Ongeveer 2,5 uur
Moeilijkheid: Makkelijk

het Orceyrette meer is prachtig helder blauw.

Het Orceyrette meer is een prachtig, kristalhelder meer dat makkelijk te bereiken is te voet (en zelfs met de auto). De wandeling is kort, maar zeker de moeite waard.

Je begint de tocht in het stille en bijna verlaten dorp Chalets des Ayes. Een kleine beek leidt je omhoog, door een weelderig dennenbos met veel wilde bloemen. Halverwege passeer je een andere parkeerplaats naast een grote weide. De picnic bankjes roepen ons om even koffie te drinken uit onze thermoskan.

Het stoffige pad loopt lekker, en de geur van dennennaalden is overal aanwezig. Na een uurtje verschijnt het ijsblauwe meer voor ons, ingesloten tussen dennenbomen en rotskammen. Het is een prachtig gezicht. We vervolgen onze weg langs het meer en ploffen neer in het alpiene gras langs de ijskoude beek, met uitzicht op het meer.

De route

3. Slapen tussen de giganten in refuge l’Alpe de Villar d’Arène

Afstand: 5,20 km heen (je overnacht in de hut), anders 10,4 km heen en terug
Tijd: Ongeveer 2,5 uur
Moeilijkheid: Gemiddeld

De vallei waar je vanuit deze hut in kijkt in adembenemend. De lieflijke rivier kronkelt zich een weg omlaag in het dal maar je oog wordt al snel omhoog geleid. Naar de eeuwige sneeuw en de pieken van de hoge bergen om de vallei heen. Met als centre-piece La Grande Ruine, een bijna 4000 meter hoge top met vlijmscherpe rotsformaties.

De berghut kijkt uit op een prachtig dal, omgeven met scherpe rotsen

De route naar de hut is eveneens prachtig, en op een paar steilere klimmetjes na, gemakkelijk te lopen. Je begint de wandeling bij een meer waar je je auto kan parkeren, of zelfs kan kamperen. Het pad volgt voor een groot deel een bulderende rivier, diezelfde die in de vallei hogerop lieflijk kronkelt. Hier beneden, samengevoegd met andere stromen, is het een kolkende massa water.

Het pad loopt voornamelijk glooiend omhoog, je hoeft maar 400 meter te stijgen. Een paar haarspeldbochten versnellen de klim maar de laatste kilometers naar hut zijn weer bijna geheel vlak. Wanneer wij bij de hut aankomen, is het mistig, en we zijn ons absoluut niet bewust van het prachtige uitzicht dat zich achter deze sluier bevindt. Maar in de ochtend trekken de wolken een beetje weg en laten ons de idyllische vallei zien.

Het pad vervolgt zich de vallei in, waar je naar de Refuge du Pave of de Refuge Adele Planchard kan wandelen, maar wij keren weer om, terug naar de auto.

Een uitzicht waar je uren bij weg kan dromen

De route

4. Langs de rivier en omhoog naar Puy Aillaud

Afstand: 6,98 km
Tijd: Ongeveer 3 uur
Moeilijkheid: Makkelijk tot gemiddeld

Deze wat lager gelegen wandeling is een fijne inlooptocht, en leidt je door de bossen van Vallouise naar het hoger gelegen bergdorp Puy Aillaud. Beide dorpen zijn schattig en leuk om doorheen te wandelen, waarbij de laatste echt piepklein is.

Vlakbij de start van de wandeling is een parkeerplaats, mocht je niet in het dorp overnachten. Je duikt al snel het bos in, om een tijdje langs de ijsblauwe smeltwater rivier te lopen. Het pad buigt af omhoog, waarna je zo’n 400 meter stijgt met behulp van wat haarspeld bochten.

In het dorp Puy Aillaud is niet veel, maar het heeft wel een gezellig klein restaurantje waar je een koude cola of een kop koffie kan bestellen! Dat doen we dan ook graag.

Het pad duikt weer de verkoelende bossen in wanneer je terug naar beneden gaat. Een klein kapelletje groet ons. De tunnel van groen maakt soms ruime voor prachtige doorkijkjes naar de beboste bergen om ons heen.

De route

5. Gemzen zoeken langs de gletsjerrivier de Celse Nière

Afstand: 7,64 km heen en terug
Tijd: Ongeveer 3 uur
Moeilijkheid: Makkelijk

Hoewel ik zelf niet altijd fan ben van wandeling die dezelfde weg heen als terug lopen, was deze route absoluut geen straf. De ruige, grijze vallei vol keien voelde desolaat aan, met scherpe rotsen aan beide kanten. Misschien hielp het druilerige weer niet mee, maar we zijn geen enkeling tegen gekomen. De stilte en rust in de bijna onheilspellende vallei maakte het een magische tocht waarbij we veel wilde dieren zijn tegen gekomen.

Zowel de heen- als terugweg van de wandeling hebben een prachtig uitzicht

Iets voorbij camping d’Ailefroide kun je je auto parkeren. Je duikt direct het naaldbos is, en op de achtergrond hoor je de rivier. In de winter was een deel van het bos meegenomen door de stroming, waardoor overal herinneringen van bomen verspreid lagen op de nu droge rivierbedding. Sculpturen van sneeuw en ijs verraden het dubbelleven dat deze vallei leidt in de winter. Wanneer hij waarschijnlijk nog woester en desolater is.

Juist omdat het zo stil was, konden we veel dieren zien. Bergmarmotten waren er in overvloed, de vriendelijke bolletjes pluis doken overal op. Maar wat tot onze verassing waren er ook gemzen, een moeder en een jong! Ze lieten zich fotograferen en gingen door met hun dagelijkse bezigheden

De route

Ondanks de korte wandelingen door mijn ontstoken pezen, hebben we heel veel moois kunnen zien. Het Écrins nationaal park is misschien niet het eerste gebied waar je aan denkt voor makkelijke maar mooie wandelingen. Maar niets is minder waar! Welke zet jij op je wandel-wishlist?

See you out there!

Josien

Pin het voor later:

In deze categorie:

Leave A Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *